• Buitenring & Techniek

Zonder techniek geen Buitenring, dat is zeker. Er komt bij de bouw van een weg zo veel kijken. De Buitenring gaat over verschillende soorten ondergrond, moet soms over een andere weg heen of onder het spoor door. Het asfalt van de weg moet van een zodanige kwaliteit zijn, dat het geluid gereduceerd wordt en dat  auto’s er jarenlang probleemloos overheen kunnen rijden. De juiste kabels en leidingen moet op de goede plek liggen en een bocht moet de juiste curve hebben. Het lijkt soms zo eenvoudig, maar voor al die dingen is vakkennis, materiaalkennis en technische kennis nodig.

Inschuiven spoorviaduct Eygelshoven

De Buitenring gaat bij Landgraaf grotendeels over de huidige N299. Net over de grens met Kerkrade, bij Eygelshoven, splitst de Buitenring zich af van de N299. Voordat de Buitenring richting de Hopel gaat, kruist deze de spoorlijn Heerlen - Kerkrade. Om de Buitenring onder deze spoorlijn door te kunnen laten lopen, bouwen we daar, in samenwerking met ProRail, een nieuw viaduct. Dat is een complexe technische operatie die een lange voorbereidingstijd vergt.

100 uur

Een spoorlijn kan niet zomaar maanden buiten gebruik worden gesteld en een omleiding is hier ook geen optie. Om voor de reizigers zo min mogelijk overlast te bezorgen, is daarom gekozen voor een werkwijze waarbij de tunnelmoot náást het huidige spoor gebouwd wordt. Het tunnelelement moet kant en klaar zijn op 5 mei, want dat is het moment dat de treindienstregeling voor 100 uur wordt stopgezet en de tunnelmoot op zijn definitieve locatie wordt geschoven.

Met spoorwegbeheerder ProRail is afgesproken dat op 5 mei 2016 gedurende 100 uur geen treinen over dit traject zullen rijden. In die 100 uur wordt het spoor over een lengte van 90 meter weggehaald. Daarna graven we het huidige spoortalud op die plek weg. Dat is ongeveer 16.000 m3 grond (dat zijn zo’n 500 standaard zeecontainers vol).

Tunnelbak van 4.000 ton verschuiven

Na het ontgraven van het spoortalud, wordt de tunnelbak met een totaal gewicht van ca. 4.000 ton, over 4 schuifbanen over een afstand van 32 m ingeschoven. Deze 4 schuifbanen liggen onder de tunnelbak en tillen de tunnelmoot ongeveer 10 cm op. Dit is een precisie klus die in totaal zo’n 8 uur in beslag neemt. Wie het enorme betonnen gevaarte al heeft zien liggen kan zich voorstellen dat het geen standaard klus is om deze bak op de millimeter exact op zijn plek te krijgen.

Na het inschuiven van de tunnelmoot wordt het spoortalud aangevuld met gewapende grond en wordt het spoor teruggebouwd. Na 100 uur kan het treinverkeer dan weer worden hervat. Voor de Buitenringis het werk echter nog niet klaar. Na het plaatsen van de tunnelmoot onder het spoor, wordt aansluitend nog een faunapassage tegen de tunnelmoot aangebouwd.

Kabels en leidingen

Voordat er ook maar één auto over de Buitenring Parkstad kan rijden is er heel veel voorbereidend werk gedaan. Een belangrijke fase daarin is het verleggen van kabels en leidingen. 

Het betreft distributieleidingen van alle nutsvoorzieningen zoals gas, water, elektra, telecom, maar ook rioleringen, openbare verlichting en transportleidingen voor gas en water en elektriciteit. Voordat met de daadwerkelijke aanleg van de weg wordt begonnen worden eerst alle kabels en leidingen die binnen het tracé liggen verlegd naar een locatie waar ze voor de toekomstige Buitenring geen belemmering meer vormen en waar ze voor de Nutsbedrijven bereikbaar zijn. Het streven is om ze meteen op een definitieve locatie te leggen waar ze gedurende de uitvoering van Buitenring, maar ook nadat de weg klaar is, kunnen blijven liggen. De Provincie heeft als stelregel dat bij aanleg van nieuwe kabels en leidingen de vervallen leidingen  zoveel mogelijk worden verwijderd.

Werken in sleuven

In de meeste gevallen worden sleuven gegraven waarin de nieuwe kabels en leidingen komen te liggen. Dat lijkt eenvoudig genoeg, maar onder de grond ligt soms een hele kluwen van kabels en leidingen. Tegenwoordig zijn al die voorzieningen op tekeningen vastgelegd, maar zeker de “eerste generatie” –zeg van 1920- is niet altijd goed gedocumenteerd. Oude leidingen zijn vaak wel vervangen door nieuwe, maar de vervallen leidingen zijn niet verwijderd. Je kunt dus meer tegenkomen dan op tekening staat en dat levert wel eens problemen op. Zeker omdat je niet altijd weet of zo’n niet gedocumenteerde leiding ook daadwerkelijk buiten gebruik is. Daarom moet uitermate voorzichtig worden gewerkt wanneer je zo’n leiding tegenkomt. In samenwerking met de nutsbedrijven wordt dan onderzocht of er nog druk op leiding zit of dat er nog stroom op staat. Pas als zeker is, dat dat niet zo is kan het slopen beginnen.

Gestuurde boringen

Soms is het werken in sleuven niet mogelijk. Op  die locaties –bijvoorbeeld waar de Buitenring verdiept wordt aangelegd-, worden de leidingen door gestuurde boringen op een diepte worden gelegd die ruim ligt onder het (toekomstige) wegdek van de Buitenring. Deze techniek biedt ook uitkomst om onder bestaand wegdek door te gaan zonder de weg volledig open te breken. Daarom is de techniek gebruikt bij de Rotonde Avantis.

De techniek is van oorsprong gebruikt in de olie-industrie, maar sinds de jaren 90 wordt ze niet alleen meer voor aardgas- en aardolieleidingen gebruikt, maar ook bij de aanleg van waterleidingen, telecommunicatiekabels en elektriciteitskabels ingezet. Het proces bestaat uit drie stappen:

De pilotboring

Tijdens de pilotboring wordt de boorkop door een boorinstallatie (rig) door de aarde geduwd. De boorkop is hol en wordt door een holle leiding vanaf de oppervlakte gevoed met bentoniet, dat het boorgat openhoudt en tegelijkertijd overtollige aarde afvoert. Hoewel het in Nederland door de relatief zachte grond niet nodig is, wordt er vaak ook nog een motor in de boorkop gezet, die extra kracht kan bieden tijdens het grondverruimend duwen.

Het boorgat is gemiddeld 1,2 tot 1,5 keer zo groot als de boorkop. Dit komt door de overdruk waarmee de boorvloeistof uit de boorkop komt. De diameter van de boorkop varieert van 50 tot 150 millimeter. 

Het verruimen van het boorgat

De tweede fase is het verruimen van het boorgat. Als de boorkop een volledige boring heeft gedaan, wordt deze verwijderd van de buisleiding en vervangen door een zogeheten ‘ruimer’. Deze wordt door de rig vervolgens teruggetrokken. Tijdens dit terugtrekken vergroot de ruimer het boorgat, terwijl hij tegelijkertijd een leiding achter zich aantrekt, die voorziet in boorvloeistof, om instorting van het gat te voorkomen. Dit ruimen kan, al naargelang de diameter van de productiepijp meermalen herhaald worden.

Het trekken van de productiepijp

De laatste fase van het proces is het trekken van de productiepijp. Als de ruimer het boorgat voldoende vergroot heeft, wordt deze losgekoppeld van de buisleiding en vervangen door een laatste ruimer en de productiepijp, die in zijn geheel uitgelegd is. Een wartel tussen de ruimer en de pijp moet draaiing van de pijp voorkomen.

 

Ik heb een vraag, idee of klacht

Bel ons Serviceloket via telefoonnummer